Floor

Hitchhikers’ guide to the doctorate

De grootste valkuil voor enthousiaste onderzoekers is dat ze alles op alles willen betrekken. Begrijpelijk, want dat hoort bij enthousiasme, wat komt van het Grieks voor ‘goddelijke vervoering, inspiratie of bezetenheid’, eigenlijk: een god in zich hebbend.

Maar ‘alles’ is heel veel en je kunt, samen met Willem Kloos, wel een God in het diepst van je gedachten zijn, maar daarmee betreed je een andere wereld dan die van de wetenschap. Buitenpromovendi doen er dus beter aan hun enthousiasme ietskes te temperen. Zo heb ik althans zelf ervaren.

We spreken 1996, ik was net twee jaar afgestudeerd in een alfa- en een gamma-studie, en werkte net zo veel jaar als onderwijskundige bij een universitaire bèta-opleiding. Het viel me op dat qua wetenschappelijk denken een alfa-, bèta- of gamma-achtergrond niet zo veel uitmaakte: waar het op neerkwam was je de stof eigen maken (een soort materiaalkennis), leren hoe je die stof kunt manipuleren (bewerkingskennis), nieuwe patronen vinden (ordeningskennis) en die als stof toevoegen aan wat we al weten. Maar wat wel verschilde, was hoe studenten in de verschillende vakgebieden werden ingeleid. En dat wilde ik onderzoeken: de relaties tussen ontologie (idee over het wezen van iets) en vakdidactiek, en hoe die zich ontwikkelden. En dat dan van alle wetenschappelijke disciplines, vanaf hun geboorte tot aan 1996. Dus ik stortte me enthousiast (jaja) op de geschiedenis van de wiskunde, natuurkunde, biologie, economie, antropologie, letteren, psychologie... Totdat mijn promotoren streng zeiden: “Floor, zo kunnen wij jou niet begeleiden.” Daar was ik wel even beduusd van. Gelukkig zeiden ze meteen daarna: “Als je dit nou eens onderzoekt bij de opleiding Bedrijfswetenschappen, dat is één discipline, en die school is tien jaar oud, dus dat is overzichtelijk.” Over afbakenen gesproken. Het was inmiddels 1998, dus ik was al twee jaar aan de studie toen ik een strakke onderzoeksvraag wist te formuleren: wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen wat deze bedrijfswetenschappers in hun publicaties adviseren over organiseren en de manier waarop ze zich over hun eigen onderwijsorganisatie uitlaten? En natuurlijk ook: en waar komt dat door? Daarna was het snel gepiept en op 17 februari 2000 hoorde ik om half drie mijn “Hora est!”

Onder het verlangen om alles op alles te willen betrekken, ligt vaak een dieper verlangen, namelijk om uiteindelijk een heel eenvoudige verklaring voor alles te kunnen vinden. Het universum in een enkele formule. In de natuurwetenschappen kennen we dit als het streven naar een Theory of Everything, die de zwaartekrachtwetten van grote objecten verbindt met de kwantumwetten van het (sub)atomaire. Beide wetten zijn bewezen, alleen, ze zijn onverenigbaar. Logisch, want alles bevat ook het ongerijmde. Dat belet enthousiaste wetenschappers dus niet en voilà, een nieuwe discipline is geboren: kwantumzwaartekracht. Snaartheorie is een kanshebber als verklarend principe, maar kan nog niet bewezen worden.

Gods wonder in een notedop, om met de slotregel van Komrij’s nogal plastische gedicht 'Liefde' te spreken, is ook door Douglas Adams in zijn Hitchhikers’ guide to the galaxy gethematiseerd. Supercomputer Deep Thought rekent maar liefst 7,5 miljoen jaar op “The answer to the ultimate question of life, the universe and everything” en besluit: dat is 42. Deep Thought waarschuwt nog: “You’re really not going to like it”, en inderdaad is 42 een nogal teleurstellend antwoord op 7,5 miljoen jaar wachten. “I think the problem, to be quite honest with you, is that you’ve never actually known what the question is”, troost de computer, die behulpzaam aanbiedt mee te bouwen aan een nieuwe computer, die de vraag kan achterhalen waar 42 het antwoord op is. En die nieuwe supercomputer is Aarde.

Ockhams lex parsimoniae (wet van de spaarzaamheid, bekend als Ockhams scheermes) bepaalt dat als meerdere hypotheses een verschijnsel in gelijke mate kunnen verklaren, die hypothese voorrang krijgt die de minste aannames bevat en de minste entiteiten veronderstelt. Dit mes scheert al zeven eeuwen over de wetenschap en behoedt ons voor de uitdijing, maar creëert daarmee ook een voorliefde voor de eenvoud. Nogal paradoxaal: wat ons behoedt voor de valkuil, is de valkuil zelf. We kunnen niet voor de eenvoud kiezen zonder alles met alles in verband te brengen. Anders gezegd: hoe groter de meervoudigheid des te overtuigender de eenvoud.

De liefde voor eenvoud leidt ook nog eens vaak tot een te gemakkelijk aannemen van een theorie die niet klopt. Een bekend voorbeeld is de behoeftepiramide van Maslow als model voor de menselijke natuur. Hij introduceerde dit model in 1943 en mokte in 1962 in zijn dagboek: “My motivation theory was published 20 years ago, and in all that time nobody repeated it, or tested it, or really analyzed it or criticized it. They just used it, swallowed it whole with only the most minor modifications…” Tot op heden is de theorie onbewezen en zelfs overtuigend weerlegd: onze behoeftes zijn niet te ordenen in een piramide. Ook Maslow zelf heeft zijn uiterste best gedaan om mensen ervan te weerhouden zijn model kritiekloos toe te passen. Tevergeefs: hele volksstammen HRD-medewerkers geloven, gebaseerd op niets, dat ze de piramide kunnen gebruiken om personeel te motiveren.

Wat leren we hier nu van?

De eerste les is: als je in je eentje alles op alles wil betrekken om tot een eenvoudig antwoord te komen, dan ben je 7,5 miljoen jaar bezig.

Maar je hoeft het niet alleen te doen, en de tweede les is dus: als je in het alles dus ook het onverenigbare wil betrekken, dan moet je jezelf verenigen tot een nieuwe discipline en lang genoegen nemen met een tekort aan bewijskracht.

En tot slot de derde les: eenvoudige antwoorden bevredigen niet als én de vraag niet ingewikkeld was én het bewijs uitblijft.

Promoveren is laten zien dat je zelfstandig onderzoek kunt doen dat voldoet aan de kwaliteitscriteria die de wetenschap daarvoor stelt. Niets meer en niets minder. Je laat de vaardigheid zien om tot nieuwe kennis en inzichten te komen. En die vaardigheid kun je ook na je promotie nog altijd inzetten om te komen tot een antwoord op alles. Maar eigenlijk is de betere vragen blijven stellen leuker dan 42 als het ultieme antwoord vinden.