Kerstin

Enige jaren geleden zat ik in het vliegtuig naast een man die aan het lezen was. Feitelijk keek hij nadenkend uit het raampje (ik zat op de middelste stoel van de stoelenrij), en had zijn boek half dicht, zodat ik er niet omheen kon om de kaft te zien.

Ik weet niet meer of hij Dostojevski's Misdaad en Straf, of Tolstojs Oorlog en Vrede las; in ieder geval een van de twee. Ik weet wel dat het direct een enorme afstand schiep - van mijn kant of van zijn kant, dat weet ik dan weer niet.

Afgelopen week, op woensdag 26 oktober 2016 om precies te zijn, zond 2Doc een documentaire uit over mogelijke vervalsingen van het werk van Anton Heyboer.

Twee kunsthandelaren hebben in een periode van acht jaar in goed vertrouwen circa vierduizend werken gekocht van ene Robbert de Bakker, die niet wil prijsgeven wie zijn leverancier is. Blijkbaar dus niet Heyboer zelf.

Het grote voordeel van promoveren op peer reviewed artikelen, is dat er al voor het kant-en-klare proefschriftmanuscript extra ogen van buitenaf hebben meegekeken. Dat is niet alleen handig omdat u zo de eerste golf van kritiek al hebt leren incasseren, maar vooral omdat uw publicatie er beter van wordt. Want soms zijn er anderen nodig voor het diepere inzicht, zo wist Cruijff zelfs zonder doctorstitel al: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt.”

In de meest recente historische roman van Simone van der Vlugt, Ginevra, vindt een discussie plaats over het scheppingsverhaal. Volgens Genesis 3:20 noemde God de eerste man en vrouw beiden adamah, wat in het Hebreeuws 'rode aarde' betekent. Niks Adam die Eva een naam gaf dus.

Ook ontspint zich tussen de ik-persoon en ene Antonio een gesprek over Adams rib waaruit Eva zou zijn geschapen, een aspect dat menigeen door de eeuwen heen (heeft) gebruikt om de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man te bewijzen. Het originele woord zou echter tseela zijn, 'zijde'.

Als professioneel schrijver houd ik een lijstje met niet-alledaagse woorden bij die wellicht ooit van pas komen. Zo werd schrijver en cabaretier Hans Dorrestijn ooit door iemand gediagnosticeerd met aanwezigheidszwakte. Een aandoening waarbij iemand letterlijk en figuurlijk niet wordt gezien. In het reële leven al een drama, in de wetenschap niet minder.

Het zal zo'n jaar of twee geleden zijn geweest dat ik Escher in Het Paleis bezocht, de permanente tentoonstelling aan het Lange Voorhout in Den Haag van deze Nederlandse graficus.

Ik ging voor de collectie in het algemeen, maar toch wel voor één werk in het bijzonder: de Prentententoonstelling (geen enkel verband met de Schilderijententoonstelling van Moessorgski).

"Maak wetenschappelijke publicaties voor iedereen vrij toegankelijk." Met die boodschap presenteerde wetenschappelijk Nederland op 9 februari van dit jaar een plan voor open science aan staatssecretaris Sander Dekker.

Open source en open acces zijn inmiddels ingeburgerde termen in veel geledingen van de maatschappij. Vreemd genoeg huivert academia om zich helemaal bloot te geven.

In HP/De Tijd van 6 juni 2017 beweren verouderingsbioloog Peter de Keizer, hoogleraar gerontologie Andrea Maier en human enhancement-filosoof Laurens Landeweerd doodleuk dat het nog deze generatie gaat lukken om veroudering terug te draaien. Bij mensen wel te verstaan. Leeftijden van duizend tot vijfduizend jaar, en zelfs onsterflijkheid flitsen in het artikel voorbij alsof het niets is.

Dat maakt van het Europese programma Een Leven Lang Leren uit 2007, sinds 2014 omgedoopt tot Erasmus+ met als ondertitel 'No matter where you're from, what you do, or how old you are, it's never too late to discover what Erasmus+ could mean for you', opeens een ongelooflijk avantgardistisch initiatief. Maar dan moet de scope van 2020 wel wat opgerekt worden.

Pieter van Mierevelt had het niet makkelijk. De beroemde zeventiende-eeuwse kunstschilder had het plan opgevat voor een fraai familieportret. Van het eigen gezin wel te verstaan. De eerste penseelstreken waren nog niet opgezet, of er moest al weer een nieuw kindje bij. Door de tijd ingehaald zelfs meer dan een. En dan dat neefje en die plotseling opgedoken zwager, die mochten toch ook niet ontbreken. En nu hij toch zo fijn aan het 'proppen' was, konden die overleden zusjes Aechgen en Marrigje er ook wel bij. 'Hoe kan ik in hemelsnaam alles kwijt' moet hij welhaast verzucht hebben. Een herkenbaar probleem voor (buiten)promovendi.

Begin dit jaar vertelde Lisa Schallenberg in het NOS-Radio 1-Journaal over haar recente finaleplaats in de World Universities Debating Championships. Naar Brits voorbeeld met nauwelijks voorbereiding een standpunt verdedigen dat niet per se je eigen standpunt vertegenwoordigt.

"Als je heel veel debatteert, dan heb je niet meer heel sterke meningen over allerlei issues", zo zei ze, "Je leert dat er aan heel veel dingen twee kanten zitten, en daardoor ben je in staat om sneller te switchen."

'Een schitterend ongeluk', zo heet de adembenemende serie interviews uit 1993 die Wim Kayzer had met zes onvoorstelbare wetenschappers.

Het is misschien wel het beste dat ik ooit op de Nederlandse televisie heb gezien, ook al was dat lang voordat ik zelf ook maar een greintje (dat is overigens 65 milligram, dat onthoud ik makkelijk vanwege mijn geboortejaar) aan promoveren dacht.

Wetenschappelijk onderzoek vereist korte tenen en een lange adem. En mocht u die deugden soms even vergeten, dan helpt een afgewezen peer-reviewed artikel wel om het u weer te herinneren.

Het adagium dat ook teleurstellende uitkomsten waardevol kunnen zijn, lijkt op die momenten een doekje voor het bloeden. Toch is het waar. Neem nu de zeven wiskundige Millennium Problems.